Ja, ik blijf graag op de hoogte!

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon

Privacyverklaring

© 2003-2019 Dudra OV alle rechten gereserveerd

© Fotografie achtergrondstroken door Jacques Rutgers 

Als het ego-bewustzijn een langzame dood sterft

Stel je het volgende eens voor.

Je partner zegt na een bakje koffie thuis dat hij een uurtje weg gaat voor het laten aanmeten van een nieuwe bril. Je merkt bij jezelf dat je dat eigenlijk niet wilt, maar je gunt hem zijn eigen tijd. Je zegt ja, maar je wilt het liever niet. Hij vertrekt. Je ziet je partner de deur uit lopen. Je voelt paniek in je opkomen. Je voelt je ontredderd… machteloos. De angst neemt toe. Je hoofd vult zich met talloze vragen. Waar moet ik naar toe? Wie kan mij helpen? Wat moet ik nu doen? Je loopt de deur uit om te kijken of je man er nog is. Dan zie je iemand die je kan helpen. Je spreekt een vriendelijke, onbekende man aan die naast je woont. Je zegt dat je man plotseling is vertrokken en je zegt dat hij waarschijnlijk genoeg van je heeft. Je voelt je heel verdrietig worden. Je hebt in de gaten dat er in je hoofd dingen niet kloppen. Je vergeet veel. Je snapt het niet meer. Je man moet bij je blijven. Iemand moet jou vertellen wat je moet doen. Iemand moet al jouw vragen beantwoorden. Steeds weer. Pas dan wordt je weer rustig. Voor even. Je merkt dat je de grip op het leven verliest. Het dagelijkse leven wordt steeds meer een bron van stress voor je.

 

Een jaar passeert. Je klampt je vast aan de aanwezigheid van je man. Je bevraagt iedereen die bij je in de buurt komt en je zegt dat je naar huis wilt. Een uitstapje plannen en ondernemen is een emotionele ramp voor je geworden. Dat geldt ook voor feesten zoals het vieren van je eigen huwelijksfeest of van je verjaardag en die van je kinderen. Een zondagse borrel bij vrienden kan je ook niet meer aan. De innerlijke spanningen worden te groot. De gesprekken gaan namelijk langs je heen. Je hebt geen idee meer over wie ze het hebben. Je doet je uiterste best om rustig te blijven. Om er toch bij te horen neem je het woord over. Je vertelt over wat je hebt meegemaakt. Je vertelt aan een stuk door. Als anderen op je verhaal ingaan, snap je niet waar ze het over hebben. Je blijft aan het woord en je vertelt verder om een verhaallijn te creëren waar je wat mee kan. Je probeert vooral gevoelens uit te drukken door middel van je verhalen. Je hebt niet in de gaten dat je verhalen - historisch gezien - grote hiaten bevat, die je opvult met andere herinneringen. Je herhaalt veel. Waar je nog wel helder en nauwkeurig over kan praten is je werk dat je vroeger hebt gedaan als kraamvrouw. Dat was je passie en door daar op aan te sluiten wordt je blij. Je krijgt weer kleur op je wangen en je voelt je weer even een heel en volledig mens. Je kan tot in detail vertellen hoe jij je werk destijds uitvoerde. Je verhaal wordt even logisch en een dialoog is even mogelijk zolang het gesprek binnen de kaders van je passie blijft. Prachtig! Jouw passie is ons vaste onderwerp als je bij mij langs komt…

 

Dan wordt je op een ochtend wakker en het noodlot slaat toe. Je broer wil je ergens anders laten wonen. Niemand wil je meer hebben. Je vertrouwd niemand meer. Ze willen allemaal van je af. Je woont inmiddels met je broer samen. Als je in je trouwalbum kijkt, zie je dat je met je broer bent getrouwd?!? Maar dat kan toch niet. Je snapt er niks meer van. Je kijkt naar jullie beider trouwringen. Tja, je broer blijkt je echtgenoot te zijn. De man waar je 45 jaar geleden verliefd op bent geworden en waar je nog steeds mee getrouwd bent. Een dubbel gevoel ontstaat. Je voelt je verdrietig maar je bent ook blij dat je contact hebt met een deel van de werkelijkheid. Je beseft dat je achteruit gaat in je denken. Je wordt steeds afhankelijker van anderen. Je kan niet meer op jezelf terugvallen.

 

Je toekomst is onbekend en onvoorspelbaar voor je geworden en is daarom heel bedreigend. Het nabije verleden raak je steeds meer kwijt en jouw realiteit speelt zich steeds meer af in het verleden. Inmiddels ervaar jij jezelf als 26 jaar oud, terwijl je weet dat je van 1936 bent. Je man ervaar je nu als je vader. In de twee jaar dat je mij kent, ben ik een vertrouwde bekende geworden. Je kent mij als therapeut, maar alleen in mijn praktijk. Buiten mijn praktijk ben ik weer een vreemde voor je. Je gevoelens vliegen alle kanten op door triggers uit de omgeving. Door voortdurend in beweging te blijven, probeer je troost te vinden. Je weet dat het slechter met je gaat. Je houdt het vol omdat je geen andere keus hebt. Je voelt je constant eenzaam, alleen en nerveus. Je weet niet meer wat je doen moet. Je vind jezelf nergens meer goed voor. Je voelt je een zwerver in een onbekende omgeving met onbekende mensen … en je enige houvast is je vader (echtgenoot) die je nog hebt… En die houvast houdt het niet lang meer vol.

 

Ik zie je verschuiven van een ‘bedreigde ik’ (ego), naar een ‘verdwaalde ik’. Ik weet dat de volgende fase een afdaling inhoudt naar wat men een ‘verborgen ik’ noemt. Dan is er nog maar weinig over van het ego. Hopelijk komt er dan rust… maar eerlijk gezegd verwacht ik dat niet bij jou… Ik vermoed dat jouw toekomst een richting op gaat zoals ik bij vele anderen heb gezien. Er liggen nog steeds ladingen in jouw lichaam opgeslagen, die hevig en frequent - als een reflex - zullen opkomen. Je ego dooft langzaam uit, terwijl de ladingen je lichaam blijven bewonen. Je lichaam zal uitgeput raken. Je zal niet meer kunnen staan en lopen. Je zal je lichaam kleiner maken om je veilig te voelen. Een foetushouding ontstaat. Uiteindelijk zal je alleen nog op zintuiglijke prikkels reageren. De laatste fase van het ‘verzonken ik’ is dan ingegaan. Totdat ook de zintuiglijke reflexen stoppen, zoals je mond open doen bij het aanraken van je lippen. En dan stopt ook je slikreflex. Je verhongert en je droogt uit. Je krijgt koorts en je hart kan het niet meer aan. Als je geluk hebt, gaat het sneller en vormt een ziekte zoals een luchtweginfectie een vervroegde bevrijding. Ieder doorloopt zo zijn eigen unieke pad in het proces dat dementie heet.

 

Dit was een voorbeeld van de symptomen – uiteengezet in het dagelijkse leven - van een cliënt die in het beginstadium van dementie zit. (Er zijn verschillende vormen van dementie.)

 

Letterlijk betekent dementie ‘ontgeesting’. Het denken, oriëntatievermogen, begrip, leer- en oordeelvermogen en taalgebruik worden minder, terwijl het bewustzijn in het begin helder blijft. Maar het meest opvallende aspect zijn de ernstige geheugenproblemen. Zelfstandig handelen en het nemen van initiatieven worden bemoeilijkt en raken onder het vroegere niveau. Ook persoonlijkheids- en gedragsveranderingen kunnen optreden. Vaak raakt iemand gedesoriënteerd in tijd en/of plaats en gaan sociale vaardigheden verloren. In de laatste fase van het ziekteproces is de cliënt zeer hulpbehoevend en herkent hij zijn familie en omgeving niet of nauwelijks meer (www.hersenstichting.nl). 

 

Des te verder iemand in het dementiestadium komt, des te meer het ego is afgebrokkeld en des te minder het ego ladingen kan compenseren. Je ziet de ladingen voorbij komen: angst (ik kan/durf niet), boosheid (ik wil niet,) en verdriet (ik weet het niet)… tot het weer van voren af aan begint. Door het onbegrip ontstaan sterke gevoelens bij de cliënt die niet in verhouding staan met de situatie. Ladingen komen op door associaties met vroegere ervaringen (trance) en geven een onjuiste interpretatie van de werkelijke situatie. Het voorkomen en beperken van triggers wordt daarom steeds belangrijker. Dit probeer je te bereiken door je benadering af te stemmen op de cliënt. Het afstemmen kan eerst nog vrij mentaal in woorden. Als de cliënt verder in het dementieproces is afgedaald, dient de afstemming steeds meer op gevoelsniveau plaats te vinden. Het vinden van de juiste toon met de cliënt wordt steeds belangrijker. Het aangaan van lichamelijke contact (via aanraking) vanuit aanwezigheid, rust en acceptatie wordt heel belangrijk. Tenzij lichamelijke aanraking op zichzelf een trigger vormt. Dan wordt het wel heel moeilijk om iemand te begeleiden en te verzorgen. Rustgevende medicatie en andere psychofarmaca worden dan ingezet.

 

Je merkt dat de cliënt steeds meer afdaalt in een beperkte werkelijkheid. De cliënt projecteert deze beperkte werkelijkheid vervolgens steeds krachtiger op zijn omgeving. Je kan daarbij duidelijk zien welke lading (B,A,V) op de voorgrond ligt van de persoonlijkheid. De onderliggende gemoedstoestand komt als het ware aan de oppervlakte te liggen, niet meer afgeschermd door het ego. Het voeren van een dialoog wordt moeizaam en op een gegeven moment onmogelijk. De cliënt kan in het voortschrijdende dementieproces zijn aandacht steeds minder lang gefocust houden. De aandacht dwaalt steeds sneller af en het contact verbreekt sneller. Het steeds weer opnieuw aangaan van contact is nodig en je zal de cliënt actief moeten blijven prikkelen om de aandacht langer vast te houden. De cliënt zal zich meer en meer gaan afsluiten voor de buitenwereld en de aandacht verschuift naar die ervaringen/beelden/emoties die vormend zijn geweest voor de persoonlijkheid van de cliënt. Het zijn deze ervaringen (uit de vroege jeugd)die zich aan het bewustzijn van de cliënt opdringen en worden geprojecteerd op de omgeving. Steeds vaker en langer valt iemand in regressie met de ladingen die destijds hebben overheerst. De thematiek van de cliënt wordt beter zichtbaar, omdat het ophouden van een zelfverzekerde, sociale, gevoelige, betrouwbare of stabiele persoonlijkheid niet meer in stand te houden is.

 

In het algemeen kan je concluderen dat het ego zijn functie verliest om een identiteit vast te houden, om zich te beschermen tegen kwetsbare gevoelens, om zichzelf gerust te stellen of om te ontsnappen aan een pijnlijke confrontatie. Het bouwwerk van parate kennis en vaardigheden brokkelt af tot het volledig wegvalt. Op een gegeven moment wordt de cliënt apathisch. Het ego genereert geen prikkels (gedachten, verlangens en verwachtingen) meer. De cliënt wordt passief en wordt volledig afhankelijk van zijn omgeving.

 

De omgeving reageert meestal met: ‘Het is verschrikkelijk, onmenselijk, oneerbaar, triest en een hel voor de omgeving.’ Zo wordt het lijden voor de omgeving versterkt en worden momenten van blijdschap en dankbaarheid namens de cliënt onvoldoende gewaardeerd. Toch is het voorgekomen – zij het spaarzaam – dat ik een demente bejaarde ben tegengekomen die dankbaar en tevreden was. Mijn vermoeden is dat deze persoon voldoende liefde en warmte moet hebben ervaren gedurende de jonge levensjaren. Omgeven door ouders die de behoeften van het kind begrepen, die het kind zagen in zijn kwetsbaarheid en kracht en afgestemde begeleiding konden bieden in zijn persoonlijke ontwikkeling.

 

Dat heeft mij aan het denken gezet. Hoe anders had het proces van bovenstaande demente vrouw kunnen verlopen. Stel je voor dat zij in haar leven de emotieve procestherapie zou hebben doorlopen. Dan had zij haar ladingen reeds verwerkt en was haar ego al langere tijd tot rust gekomen. Een natuurlijk rouwproces had kunnen plaatsvinden bij de confrontatie met controle- en geheugenverlies. Verbinding met de ander zou mogelijk zijn geweest vanuit liefde en vertrouwen. Bij het verdwijnen van deze verbinding had zij terug kunnen vallen op de verbinding met zichzelf vanuit liefde, acceptatie en vertrouwen. Als tenslotte ook deze verbinding weg zou zijn gevallen, had zij zich kunnen verbinden met het ’hier en nu’, als bewustzijn dat geniet van de warmte van de zon, de zachte stof van het bed, de voldoening bij een volle maag, etc. Dat zou toch heel mooi zijn geweest. Ik geloof dat dit kan. Ik heb het gezien. Eén keer…

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Recente berichten
Please reload

Uitgelichte berichten
Search By Tags