Ja, ik blijf graag op de hoogte!

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon

Privacyverklaring

© 2003-2019 Dudra OV alle rechten gereserveerd

© Fotografie achtergrondstroken door Jacques Rutgers 

De overeenkomst tussen buren en wilde zwijnen

November 7, 2014

Een groot deel van mijn leven was ik bang. Ik kan wel zeggen dat angst mijn leven beheerste. Angst voor mensen, angst voor alles wat knalde, angst om te vallen, angst om iets verkeerd te doen of te zeggen…. Angst, angst, angst.

 

Ik had allerlei manieren om daarmee om te gaan. Ik polariseerde tussen terugtrekken en stoer doen. Blowen, ‘verkeerde’ vriendjes, later thuiskomen dan mocht. Ik deed net alsof de angst er niet was en toch was hij steeds op de achtergrond aanwezig.

Ik weet nog dat ik met mijn gezin in een gezellige straat in Hilversum ging wonen. Iedereen kende elkaar. Mijn ex-man ging in de tuin werken en praatjes maken en ik stond in het begin achter de gordijnen te gluren tot de buren weg waren. Als ik per ongeluk iemand tegenkwam dan deed ik net alsof er niets aan de hand was, want niemand mocht merken dat ik bang was. Ik keek mensen niet in de ogen, want mijn ogen zouden mijn angst kunnen verraden. Na een tijdje wende ik wel en kon ik goed opschieten met een paar buren die ik regelmatig zag, maar ik bleef wantrouwend naar de mensen die ik minder vaak tegen kwam.

 

Ik heb hier veel therapie voor gehad, dat hielp dan een poosje. Maar als de therapie voorbij was en ik het weer alleen moest doen, kwamen iedere keer die oude angsten weer terug. Ik werd er gek van en boos op mezelf. Ik had het natuurlijk verkeerd gedaan. “Zie je wel, wat ik ook doe, het is nooit goed genoeg!” En in de volgende therapie ging ik nog harder mijn best doen, want als ik maar hard genoeg aan mezelf werkte, zou er uiteindelijk wel iemand van mij gaan houden. Mijn patroon van angst, afwijzing en prestatie was dus nog steeds aanwezig.

 

De meeste van mijn cliënten herkennen van eerdere therapieën dat het eerst een tijdje goed gaat maar dat daarna de problematiek terug komt. De meeste therapieën ontladen de ladingen maar halen ze niet weg. Daardoor kunnen ze weer opgeladen worden en weer opnieuw getriggerd worden. En dan heb je het gevoel dat je weer terug bij af bent. Pas toen ik Emotieve Therapie ontdekte, merkte ik dat het echt mogelijk was om van mijn angsten af te komen.

 

Het is een rare gewaarwording als je je hele leven bang bent geweest dat de angst ineens wegvalt en weg blijft. Ook lichamelijk is het vreemd, want die knoop in mijn maag kwam niet terug, die brok in mijn keel ook niet en allerlei andere lichamelijke gewaarwordingen die ik had, bleven uit. Mijn gedrag veranderde daardoor automatisch. Ik trad bijvoorbeeld veel meer op de voorgrond. Ik was niet meer onzichtbaar. Mijn ego wist niet wat hij ervan moest denken en kon hier soms van schrikken. “Wat had ik nou gedaan? En hoe zouden andere mensen daar wel niet op reageren.” Mijn ego hield nog steeds rekening met afwijzing en schiep uit veiligheidsoverwegingen in eerste instantie een soort ‘surrogaatangst’ want het had geen idee hoe het met de hernieuwde vrijheid moest omgaan.

Deze automatische gedachtenpatronen van afwijzing bleven nog een tijdje als vlooien opspringen. Dat stopte geleidelijk doordat ik nieuwe ervaringen kreeg omdat ik niet meer getriggerd werd. Het ego leert door ervaring en merkte dat ik niet meer afgewezen werd omdat ik ander gedrag neerzette. Daardoor werd mijn ego steeds rustiger.

 

Emotieve Therapie is een onomkeerbaar proces als het helemaal wordt afgemaakt. Als de kernovertuiging blijft zitten, creëer je uiteindelijk weer dezelfde problematiek. Er kunnen wel nieuwe ladingen ontstaan als er nieuwe traumatische ervaringen worden meegemaakt.

 

Ik heb veel cliënten in mijn praktijk met angstproblematiek. Misschien wel de meeste. Ook al lijkt het soms in eerste instantie iets anders te zijn.

 

“Ik weet niet wat er met me aan de hand is. Alles lijkt in orde, maar ik krijg die onrust maar niet weg.”

“Er komt een golf op vanuit mijn buik, die beneemt me de adem en dan grijpt hij me naar mijn keel.”

“Ik heb last van astma en hartritmestoornissen.”

“Mijn darmen zijn altijd van streek als ik moet spreken voor een publiek.”

“Ik word gek van mijn eigen onzekerheid. Het is er altijd, overal en in alles wat ik doe!”

“Ik kan mijn huis niet uit als ik niet eerst tien keer de deur open en dicht heb gedaan.”

“Ik heb altijd dat ik zó boos word op mensen dat ik ze verrot scheld. Ik kan het niet tegenhouden. Ik schrik ze zo af dat ze niet meer terug durven te komen en dan ben ik opgelucht en verdrietig tegelijk.”

“Ik heb altijd het gevoel dat er iemand achter me aan loopt.”

“Soms gebeurt er iets en dan ben ik weg. Niet letterlijk, maar ik ben er dan gewoon niet meer. Ik schiet dan in mijn black box.”

“Ik vind het heerlijk om alleen te zijn, ik hou niet zo van al die mensen om mij heen.”

 

“En dat is allemaal angst, allemaal angst…” zong Robert Long in een ver verleden toen ik nog bang was.

 

 

Biologisch gezien is angst een nuttige emotie die dient als waarschuwing en bescherming tegen gevaar. Angst vergroot de alertheid en opent alle zintuigen en geeft tevens een bewustzijnsvernauwing (sterke focus, kokervisie). Het is de belangrijkste emotie voor onze overleving. Deze overlevingsreactie wordt geregeld door het limbische systeem (onderdeel is van onze evolutionair oudere hersenen) dat diep in het brein ligt. Ook het reptielenbrein (evolutionair nog ouder) heeft hierbij een functie. Dit reptielenbrein staat in verbinding met de amygdala die het reguleren van emotie en gedrag als functie hebben en de vecht-, vlucht- en bevriesreactie bepalen. Deze reactie is letterlijk een overlevingsmechanisme. Bij vechten of vluchten komen we juist in beweging, bij bevriezen maken we ons klein, onzichtbaar of klappen we dicht. Dieren houden zich dood in een bevriesreactie.

In situaties die gevaarlijk kunnen zijn, maar waar nog geen sprake is van een trauma komt de informatie via de zintuigen binnen in de thalamus, deze stuurt de informatie door naar de cortex. Daar beoordeelt het denken de situatie en toetst deze aan het geheugen in de hippocampus, uiteindelijk zorgen de amygdala indien nodig voor de vecht-, vlucht- of bevriesreactie. De hypothalamus zorgt voor de benodigde hormonen. Het lichaam wordt razendsnel in paraatheid gebracht.

 

Mijn dochter stond als klein meisje een keer oog in oog met een wild zwijn terwijl ze bezig was om de  geiten te verzorgen. Haar lichaam werd in een fractie van een seconde voorbereid op de vecht-, vlucht of bevriesreactie, maar ze kon nog wel bedenken dat ze de geiten in veiligheid wilde brengen en om hulp moest roepen. Ook de systemen van mijn man en mij werden direct in alertheid gebracht. Het zwijn keek ons nieuwsgierig aan, wroette nog wat in de grond, draaide zich om en liep weg. Onze lichamelijke reacties verminderden daarna snel.

Als mijn dochter nou vroeger een keer was aangevallen door een wild zwijn en er was sprake geweest van een trauma, had ze vanuit haar reptielenbrein nog veel sneller gereageerd. Haar denken zou dan worden uitgeschakeld. De zintuigen nemen iets waar wat op een wild zwijn lijkt en het lichaam reageert zonder na te denken met vechten, vluchten of bevriezen en kan zelfs de minst effectieve reactie kiezen. Dit is precies wat er gebeurt als ladingen, die ontstaan zijn door trauma, worden getriggerd. De trigger gaat voor het denken. Het lichaam kan zelfs in een constante alertheid blijven tijdens bijvoorbeeld een boswandeling.

Dus ten gevolge van trauma komt ons natuurlijke overlevingssysteem in de war en kunnen we niet meer goed beoordelen wat we moeten doen in gevaarlijke situaties. Onze reactie lijkt dan ‘te groot’ voor de situatie en komt niet overeen met de realiteit.

 

Mensen die bang zijn (of boos, of verdrietig, maar ik houd het hier even bij de angst) vanuit ladingen hebben het gevoel dat de situaties waarin deze angsten getriggerd worden letterlijk levensbedreigend zijn. Dat waren ze vroeger ook. Als baby is het levensbedreigend als er niet goed voor je gezorgd wordt. Het geheugen herkent een gelijksoortige situatie en het lichaam reageert alsof die hetzelfde is. Het denken kan niet meer bepalen dat je nu voor jezelf kunt zorgen.

 

Als de ladingen wegvallen, ga je de realiteit zien en voelen dat je nu wel voor jezelf kunt zorgen. Dit realiteitsbesef verandert kennelijk het mechanisme in de hersenen. De vecht-, vlucht- en bevriesreactie blijft optreden in daadwerkelijk levensbedreigende situaties, maar niet meer in de situaties die vroeger de ladingen triggerden. Zodra de lading weg is geven de hersenen direct niet meer dezelfde reflex af als eerst. Dat is eigenlijk heel bijzonder. Het ego snapt hier dan ook geen barst van.

 

Wat is nou de overeenkomst tussen buren en wilde zwijnen: ze zijn allemaal eng ;-).

 

Wat zijn jouw ervaringen met angst? Je mag ze me ook schrijven in een persoonlijk bericht. Ik ben van plan om een vervolgblog te schrijven over angst.

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Recente berichten
Please reload

Uitgelichte berichten
Search By Tags