Als het ego-bewustzijn een langzame dood sterft


Stel je het volgende eens voor.

Je partner zegt na een bakje koffie thuis dat hij een uurtje weg gaat voor het laten aanmeten van een nieuwe bril. Je merkt bij jezelf dat je dat eigenlijk niet wilt, maar je gunt hem zijn eigen tijd. Je zegt ja, maar je wilt het liever niet. Hij vertrekt. Je ziet je partner de deur uit lopen. Je voelt paniek in je opkomen. Je voelt je ontredderd… machteloos. De angst neemt toe. Je hoofd vult zich met talloze vragen. Waar moet ik naar toe? Wie kan mij helpen? Wat moet ik nu doen? Je loopt de deur uit om te kijken of je man er nog is. Dan zie je iemand die je kan helpen. Je spreekt een vriendelijke, onbekende man aan die naast je woont. Je zegt dat je man plotseling is vertrokken en je zegt dat hij waarschijnlijk genoeg van je heeft. Je voelt je heel verdrietig worden. Je hebt in de gaten dat er in je hoofd dingen niet kloppen. Je vergeet veel. Je snapt het niet meer. Je man moet bij je blijven. Iemand moet jou vertellen wat je moet doen. Iemand moet al jouw vragen beantwoorden. Steeds weer. Pas dan wordt je weer rustig. Voor even. Je merkt dat je de grip op het leven verliest. Het dagelijkse leven wordt steeds meer een bron van stress voor je.

Een jaar passeert. Je klampt je vast aan de aanwezigheid van je man. Je bevraagt iedereen die bij je in de buurt komt en je zegt dat je naar huis wilt. Een uitstapje plannen en ondernemen is een emotionele ramp voor je geworden. Dat geldt ook voor feesten zoals het vieren van je eigen huwelijksfeest of van je verjaardag en die van je kinderen. Een zondagse borrel bij vrienden kan je ook niet meer aan. De innerlijke spanningen worden te groot. De gesprekken gaan namelijk langs je heen. Je hebt geen idee meer over wie ze het hebben. Je doet je uiterste best om rustig te blijven. Om er toch bij te horen neem je het woord over. Je vertelt over wat je hebt meegemaakt. Je vertelt aan een stuk door. Als anderen op je verhaal ingaan, snap je niet waar ze het over hebben. Je blijft aan het woord en je vertelt verder om een verhaallijn te creëren waar je wat mee kan. Je probeert vooral gevoelens uit te drukken door middel van je verhalen. Je hebt niet in de gaten dat je verhalen - historisch gezien - grote hiaten bevat, die je opvult met andere herinneringen. Je herhaalt veel. Waar je nog wel helder en nauwkeurig over kan praten is je werk dat je vroeger hebt gedaan als kraamvrouw. Dat was je passie en door daar op aan te sluiten wordt je blij. Je krijgt weer kleur op je wangen en je voelt je weer even een heel en volledig mens. Je kan tot in detail vertellen hoe jij je werk destijds uitvoerde. Je verhaal wordt even logisch en een dialoog is even mogelijk zolang het gesprek binnen de kaders van je passie blijft. Prachtig! Jouw passie is ons vaste onderwerp als je bij mij langs komt…

Dan wordt je op een ochtend wakker en het noodlot slaat toe. Je broer wil je ergens anders laten wonen. Niemand wil je meer hebben. Je vertrouwd niemand meer. Ze willen allemaal van je af. Je woont inmiddels met je broer samen. Als je in je trouwalbum kijkt, zie je dat je met je broer bent getrouwd?!? Maar dat kan toch niet. Je snapt er niks meer van. Je kijkt naar jullie beider trouwringen. Tja, je broer blijkt je echtgenoot te zijn. De man waar je 45 jaar geleden verliefd op bent geworden en waar je nog steeds mee getrouwd bent. Een dubbel gevoel ontstaat. Je voelt je verdrietig maar je bent ook blij dat je contact hebt met een deel van de werkelijkheid. Je beseft dat je achteruit gaat in je denken. Je wordt steeds afhankelijker van anderen. Je kan niet meer op jezelf terugvallen.

Je toekomst is onbekend en onvoorspelbaar voor je geworden en is daarom heel bedreigend. Het nabije verleden raak je steeds meer kwijt en jouw realiteit speelt zich steeds meer af in het verleden. Inmiddels ervaar jij jezelf als 26 jaar oud, terwijl je weet dat je van 1936 ben