Drie negatieve koppelingen van liefde

Het grootste deel van je gedachten is onvrijwillig en onbewust gegenereerd. Ze zijn gebaseerd op ervaringen uit de jeugd. De mate van identificatie met de gedachten die hier uit voortkomen verschilt van mens tot mens. Soms zijn we er even vrij van en ervaren we blijdschap en levendigheid. Zijn we met gedachten verbonden die tevens onderdeel vormen van een lading dan ervaren we verdriet, angst of boosheid. Eigenlijk zijn dit de pure vormen van emoties. Samenstellingen van deze emoties komen we tegen in: schuld, jaloezie, schaamte, verraad, etc. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Het doorleven van dit soort emoties ervaren we als negatief. We raken verbonden met deze werkelijkheid. Een subjectieve werkelijkheid waarbinnen we schuldig zijn. Niets waard! We voelen ons alleen of in de steek gelaten. Automatisch terugkerende gedachten die zich vastzetten in zichzelf repeterende patronen.

Nu kennen we binnen de emotieve therapie het ego. Woorden en gedachten vallen in principe onder zijn domein. Maar met de onbewuste gedachten die autonoom en terugkerend lijken te zijn is iets aan de hand. Ze worden namelijk gegenereerd uit ladingen. Deze ladingen worden gedragen door het energetisch lichaam die op haar beurt weer wordt gedragen door het fysieke lichaam. Ze vinden hun oorsprong in ervaren traumatiek of anders gezegd uit ervaringen van de jeugd. De context van deze ladingen is altijd verbonden met hoe je er als persoon in verbinding met liefde mag zijn. Anders gezegd, hoe heb je geleerd wat liefde is. Liefde kan op die manier negatief gekoppeld raken.

We kennen binnen de emotieve therapie drie negatieve koppelingen van liefde. Binnen de eerste negatieve koppeling staat prestatie centraal. Liefde kan zijn dat je aan je ouders laat zien dat het goed met je gaat. Dat je goed presteert, een goede baan hebt en op je eigen benen kan staan. Zodat zij zich niet nog eens zorgen hoeven te maken om jou. Je stelt je zwakzinnige zusje voorop, waarvan jij vind dat ze de aandacht van je ouders meer nodig heeft. Ze hebben zorgen om haar. En dat terwijl je eigenlijk de aandacht van je ouders nodig hebt, waardoor je grenzeloos gaat presteren. Met de boodschap dat ze zich om jou niet bezorgd hoeven te maken. Het is nooit genoeg. Zelfs bevestiging dat je het goed hebt gedaan kun je niet krijgen, omdat je je zelf daarvan ontslagen hebt. Je hebt namelijk al de conclusie getrokken dat je toch niet goed genoeg bent. Dit zorgt voor een grenzeloze prestatie die niet gekoppeld is aan een bevestiging. Dit is een voorbeeld van een negatieve koppeling van liefde die terug te vinden is in de ervaringen in de vroege jeugd. Hieruit ontstaan patronen die negatief gekoppeld zijn in liefde. Je creëert eigenlijk je eigen afwijzing dat zich uit in een grenzeloos presteren. Een herhalende beweging die uiteindelijk zal leiden tot veel energieverlies, wanneer hier niet wat aan gedaan wordt.

Het is dus niet het verguisde ego dat hiervoor verantwoordelijk is. Waarbij je ook niet tegen je gedachten kunt zeggen dat je verkeerd denkt. Het zijn niet je gedachten die deze patronen creëren, maar de ladingen die hiermee verbonden zijn. De manier hoe je er mag zijn, vanuit liefde. Deze negatieve koppelingen van liefde zijn als het ware de basis van hoe je verbinding maakt met jezelf en je geliefden. Hier zou je vanuit je bewuste ego nooit voor hebben gekozen. Het vervelende is dat je ze, als je mazzel hebt, pas begint te herkennen rond je dertigste. Misschien zelfs eerder. Maar dan: hoe kun je tegengaan dat je steeds verliefd wordt op de foute man of de foute vrouw.

De tweede negatieve koppeling is verbonden met afwijzing. Je kunt wel denken dat je waardevol bent en dat je gewaardeerd wordt door anderen. Het onderliggende gevoel kan anders zijn. Het gevoel da