Gedeelde pijn (de ontwrichtende werking van symbiotische ladingen binnen het gezin


Lotte ligt als baby te huilen in haar wiegje. Haar moeder Denise is moe van de gebroken nachten en wordt horendol van het gehuil. In haar geschiedenis zit dat ze nooit rustig mocht zitten, dat werd bestempeld als luiheid. Ze moest altijd wat doen. Het geeft haar een gevoel van machteloosheid dat ze geen rust kan vinden.

Dus als Lotte zo ligt te huilen, grijpt Denise haar uit de wieg en schudt haar heftig door elkaar. Ze schreeuwt woedend: “Geef je me dan nooit rust?! Ik wou dat je nooit geboren was!!” Ze smakt haar terug in bed, gaat de kamer uit en smijt de deur achter zich dicht. Het komende uur laat ze Lotte alleen, die volkomen overstuur ligt te huilen.

De machteloosheid van Denise wordt (onbewust) gekopieerd door Lotte en keer op keer neergezet in haar gedrag. Ze wordt een druk, boos kind dat haar moeder nooit rust geeft. Iedere keer als ze rent, gilt, boos wordt, danst of plezier maakt, wordt ze afgewezen. Ze krijgt een draai om haar oren en Denise noemt haar een druk rotkind. Ook later op school wordt ze afgewezen op haar drukke gedrag. Lotte krijgt steeds vaker woedeaanvallen en heeft de neiging om andere kinderen te gaan pesten. Daarnaast blijven haar leerprestaties achter bij andere kinderen van haar leeftijd.

Lotte heeft later altijd het gevoel dat ze iets verkeerd doet en voelt zich daar schuldig over, ze gaat zich ook schamen voor haar drukke gedrag en ze belooft iedere keer beterschap en als haar moeder weer boos is, heeft ze spijt van haar gedrag. Maar ze kan het niet voorkomen. Voor haar is dit gedrag onbewust de manier geworden om bij haar eigen gevoel van machteloosheid weg te komen waar ze geen woorden voor heeft: het gevoel van het kleine baby’tje dat in haar bedje lag te huilen omdat ze behoefte had aan aandacht, eten of een schone luier en in plaats daarvan agressief bejegend werd. Als iemand haar vraagt waarom ze zich zo gedraagt, kan ze alleen maar zeggen: “Ik weet het niet!” Ook dit roept weer afwijzing op omdat haar ouders denken dat ze het wel weet maar te koppig is om het te zeggen.

Denise is zich bewust van haar afwijzende gedrag naar Lotte, maar kan het niet voorkomen omdat het onbewust haar manier is om bij haar eigen gevoel van machteloosheid weg te komen. Ook zij voelt zich schuldig en heeft iedere keer spijt als ze boos is geworden op haar dochter. Ze vindt zichzelf een slechte moeder.

Lotte heeft nog een zusje, Lisa. Lisa is juist een rustig kind en het oogappeltje van Denise. Iedere keer als Denise boos wordt op Lotte wordt Lisa geprezen. “Waarom ben je niet zoals Lisa, zij is tenminste rustig!” Lisa gaat snappen dat zij aandacht krijgt als Lotte wordt afgewezen en krijgt in de gaten hoe ze Lotte druk en boos kan krijgen zodat ze zelf de liefde van haar moeder kan ontvangen. De band tussen Lisa en Denise wordt steeds hechter en Lotte wordt steeds meer een buitenstaander. Ze kan er niet meer tussenkomen. Ze kan alleen nog maar aandacht krijgen als ze druk en boos is. Negatieve aandacht weliswaar, maar alles is beter dan niets. Negatieve aandacht is gelijkgesteld aan liefde.