Bescheidenheid en dominantie: twee kanten van dezelfde medaille


Mensen die bescheiden zijn, ergeren zich vaak aan mensen die dominant zijn en vice versa. Degene die bescheiden is, zegt: “Ze laten me niet uitpraten, ze trekken alle aandacht naar zich toe, ik kom er niet tussen.” Hij is boos en oordeelt over degene die dominant is maar durft dat vaak niet te laten merken. Hij voelt zich niet gehoord en niet gezien.

Als voorbeeld neem ik twee broers. Degene die bescheiden is noem ik Martin en degene die dominant is Joris.

Als we kijken naar de geschiedenis van Martin en Joris, dan zie je bescheidenheid terug in hun gezin van herkomst. Ze werden allebei niet gehoord en niet gezien en zo hoorde het ook. Bescheidenheid was een groot goed. “Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.” Ze hebben stimulans gemist om hun kwaliteiten te ontplooien. Waar Martin zich terugtrekt, pikt Joris het niet en zal zich laten horen en zien. Hij zal laten weten dat hij er is. Zijn oordeel over Martin is: “Je bent een slappeling.”

Beide mannen zijn door hun gedrag uit verbinding en dat doet pijn. Dat waar ze het meest naar verlangen, glipt ze steeds door hun vingers: liefdevolle verbondenheid.

Dominantie en bescheidenheid zijn patronen in het dagelijks leven van Martin en Joris. Deze patronen zitten vast in emotionele ladingen. Ik heb al vaker in mijn blogs benoemd dat ladingen bestaan uit een gevoel van onmacht en een gedraging om de pijn van de onmacht niet te voelen.

“Ik word niet gehoord”

Martin en Joris hebben dezelfde onmacht: “Ik word niet gehoord”. Daar kan verdriet, angst of boosheid bij horen. Deze onmacht is voelbaar in het lichaam, bijvoorbeeld als een knoop in de maag.