Het scheppingsverhaal van Eth, een waargebeurd sprookje


Er was eens een Schildpad, ze was de dochter van de koning en de koningin van de stam van de reuzenschildpadden. Deze koning en koningin waren erg wijs en leerden hun volk over de constante cyclus van geboorte en wedergeboorte. De grootvader van Schildpad was daarmee begonnen en hij was een van de wijste koningen ooit geweest.

De naam van de prinses was Eth en ze was erg onder de indruk van de lessen van haar voorouders en deed erg haar best om deze kennis tot zich te nemen.

Maar zoals de meeste kinderen wilde Eth haar eigen weg gaan en zich op haar eigen manier ontwikkelen, ze wilde weten wat er nog meer te ontdekken was, want haar grootvader had haar geleerd dat wijsheid onuitputtelijk is.

De kracht van de stam van de Schildpadden is schepping. Schildpad is verbonden met Moeder Aarde en iedereen weet dat Moeder Aarde het leven schept. Eth wist dat ze zichzelf kon scheppen en herscheppen. Ze wist hoe ze haar eigen werkelijkheid moest creëren. Dus transformeerde ze een deel van zichzelf in Rodu, de Arend. Ze wist dat een Schildpad te traag is om de wereld te ontdekken en te weinig overzicht heeft om goede keuzes te maken. Arend heeft deze kwaliteiten wel en daarnaast een sterke, mannelijke daadkracht. Precies wat ze nodig had. Dus ging ze samen met Rodu op pad om te leren.

Maar leren doe je met vallen en opstaan. Rodu had andere prinsen en prinsessen gevraagd om met hem de wereld in te gaan en ze ontdekten zoveel nieuwe dingen en zoveel nieuwe manieren om hun toekomstige volkeren nog meer te kunnen leren. Het leek teveel om te bevatten en een van de prinsen besloot alles even te laten bezinken en in winterslaap te gaan. De andere prinsen en prinsessen gingen ieder op hun eigen manier met de nieuwe kennis om. De ene wilde er iets anders van maken, de volgende wilde net doen alsof hij het allemaal zelf had verzonnen en weer een ander vond het te moeilijk en haakte af. De prinsen en prinsessen hadden ruzie gekregen en daarna was Eth in haar wanhoop per ongeluk van een heuvel afgerold en op haar rug terecht gekomen. Rodu kreeg haar niet overeind met zijn snavel. Ze dachten dat Eth dood zou gaan…

Prins Mili, de Grote Beer, was net wakker geworden uit zijn winterslaap en liep te wandelen door het bos op zoek naar zoete honing toen hij een kermend geluid uit de struiken onder hem hoorde. Hij keek over de rand van de heuvel naar beneden en zag Eth op haar rug liggen spartelen en Rodu er jammerend naast zitten. “Hé Eth,” riep hij, “wat doe jij daar nou!” “Laat me maar Mili,” zei Eth, “Ik kan niet meer, ik ga dood!” “Ben jij nou helemaal besodemieterd!” gromde Mili, “je gaat helemaal niet dood.” En hij duwde net zolang tegen Eth aan tot zij weer op haar vier poten stond.” “Dank je wel, Mili,” zei Eth, “maar ik had net zo goed dood kunnen gaan, want ik ben helemaal alleen overgebleven en ik heb zoveel moois ontdekt, maar ik kan het nooit helemaal alleen aan iedereen overbrengen. En Rodu kan dat ook niet. Het is allemaal verloren!”

“Onzin,” zei Mili, “Hou op met dat gejammer en ga door! Wat jij gevonden hebt, is zo groot en zo belangrijk, dat mag niet verloren gaan, ook al moet je het helemaal alleen doen. Deze wijsheid is de zoetste honing en een koningin waardig. Niemand heeft het recht om honing te verspillen. Ga wat doen, want je houdt me af van de honing waar ik zelf naar op weg was. Als je me nodig hebt, dan roep je maar.”