Verleen jij jezelf gratie?


Heb jij last van schuldgevoelens? Straf jij jezelf voor iets wat je hebt gedaan of voor iets dat je niet hebt gedaan maar waarvan je vindt dat je het had moeten doen? Dan heb je jezelf waarschijnlijk opgesloten in je eigen gevangenis. Als dat zo is, dan was dat vermoedelijk geen bewuste actie. Vaker is het zo dat je je vrijheden steeds meer hebt ingeperkt en je spontaniteit en je creativiteit hebt geblokkeerd. Je hebt je steeds meer afgesloten van de mensen die je liefhebt en bent onbereikbaar voor ze geworden. Net alsof je werkelijk in de gevangenis zou zitten. (Klik hier voor mijn blog ‘Waarom je vast zou houden aan een probleem).

Mijn eigen gevangenis

Ik heb zelf lang in mijn eigen gebouwde gevangenis gezeten. Ik heb jaren in Frankrijk gewoond met mijn gezin. Mijn huwelijk ging stuk en ik zat financieel volkomen aan de grond. Ik heb mijn kinderen achtergelaten bij mijn ex-man en ben terug gegaan naar Nederland. Het was een verschrikkelijk gevoel, zowel voor hen als voor mezelf. Ik had ons getraumatiseerd en voelde me geamputeerd. Ik voelde me heel erg schuldig en een hele slechte moeder. Ik had voor mezelf gekozen en niet voor hen. Ik was egoïstisch. Ik wilde therapeut worden, daarbij was er geen plek voor hen. Ik strafte mezelf hiervoor door me op te sluiten in mijn gevangenis. Mijn vonnis was levenslang.

De weg naar vrijheid Toch kon ik dat vonnis niet accepteren en ik nam de beste ‘advocaat’ in de arm: therapeut Ronald Duchateau, grondlegger van de Emotieve Therapie. Ik volgde bij hem de procestherapie en hoopte dat hij me kon helpen me vrij te pleiten. Het hielp, ik realiseerde me welke impact mijn schuldgevoel op de relatie met mijn kinderen had. Ik had mezelf van ze afgesloten. Ik zat immers in de gevangenis en was daardoor niet makkelijk bereikbaar voor ze. Stukje bij beetje liet ik het schuldgevoel los en stond ik mezelf meer vrijheden toe en kwam ik uit de gevangenis. Ik ging open en de relatie met mijn kinderen verbeterde. Ze kwamen allebei ook weer terug naar Nederland. Mijn dochter woonde een tijd bij mij en we waren heel hecht. We haalden de verloren jaren in. Na een aantal jaren gaf ze aan dat ze op zichzelf wilde gaan wonen. Nog wat later overleed mijn moeder en kreeg ik een erfenis. Ik kon een huisje kopen. In dat huisje was geen plaats voor mijn dochter. Er was maar één slaapkamer. “Doe het maar,” zei ze. “Ik wil toch het huis uit.”

Recidive